Verklaring van kapitein W.J.A.M. van der Schoot

AFSCHRIFT

20e Regiment Infanterie - Ie Bataljon - Mitrailleurcompagnie

VERKLARING

Tijdens den terugtocht bij Achterberg, op Maandag 13 Mei 1940, werden te circa 17.00 uur door mij op last van den Luitenant-Kolonel Land drie secties Zware Mitrailleurs ongeveer in een lijn in stelling gebracht. Tengevolge van deze opstelling bevonden de reserve Eerste Luitenants de Koning L. en Brinkman H.G., beiden van opgemelde Compagnie, zich onmiddellijk achter de lijn der stukken. Toen ik mij bij mijn onderdeel wilde voegen, kreeg ik van den Commandant de reserve Majoor J. Pannekoek opdracht een honderdtal tirailleurs, die op eigen gelegenheid per rijwiel teruggetrokken, weer terug te brengen. Aan deze opdracht heb ik onmiddellijk gevolg gegeven en keerde omstreeks 18.00 uur met deze tirailleurs terug.
Ik vernam toen van mijn sergeant L. Hubert, dat de Luitenants Brinkman en de Koning pogingen hadden gedaan zich met de hen omringende manschappen over te geven. Hij vertelde mij verder, dat beide genoemde Luitenants overleg met elkaar hadden gepleegd en op een gegeven moment hun zakdoeken aan karabijnen hadden gebonden. Hiermede hadden zij gezwaaid onder den uitroep: "wir kapitulieren", en de manschappen aangespoord deze woorden over te nemen, waaraan echter door geen enkele der manschappen werd gevolg gegeven. Daarop kwam een kapitein wiens naam en onderdeel sergeant Hubert onbekend waren toegeloopen en gelaste beide Luitenants de karabijnen neer te leggen en met hem mede te gaan. Hierop is de Luitenant Brinkman naar voren geloopen waarna de onbekende kapitein eenige schoten op hem loste.
Luitenant de Koning gaf aan de last gevolg en ging met den kapitein mede. Sergeant Hubert wees mij aan waar de Luitenant de Koning zich bevond namelijk bij een boerderij onmiddellijk achter de ingenomen weerstandslijn. Ik ben toen naar hem toegegaan en heb hem gevraagd hoe het mogelijk was, dat hij zoo iets kon doen, waarop hij antwoordde: "ik weet het niet". Hij gaf toe meegeroepen te hebben: "wir kapitulieren". Daarna is hij weggevoerd op last van den Luitenant-Kolonel Land. Volgens mededeeling van den Luitenant de Koning is hij getransporteerd naar Vreeswijk en vervolgens door Luitenant-Kolonel Smit Commandant 24 R.I. naar den Haag. In den Haag is door de Kapiteins Mrs. Hamer en v.d. Berg een voorloopig onderzoek ingesteld, waarna hij door Kapitein Mr. van Bemmel in arrest is gesteld (Laan Copes van Cattenburch 4b).
Volgens telefonische mededeeling van Kapitein Schippers, Commandant 2-I-20 R.I., die zelf uit krijgsgevangenschap was teruggekeerd, was ook de Luitenant H. Brinkman ongewond in krijgsgevangenschap geraakt en zou deze inmiddels met groot verlof naar Groningen zijn vertrokken.
Ik moge hier nog aan toe voegen, dat voor de oorlog uitbrak, beide officieren zeer flink waren. Luitenant Brinkman was vanaf 10 Mei zeer down en vooral na het vertrek uit Woudenberg naar Achterberg totaal in de war en nauwelijks in staat een opdracht uit te voeren, reden waarom ik steeds tijdens het gevecht in de omgeving van zijn sectie ben gebleven. Luitenant de Koning was wel erg nerveus, maar voerde tot op het moment van het gebeurde zijn opdrachten zeer behoorlijk uit.
Naar mijn beste weten heb ik deze verklaring afgelegd.

Laren (Noord-Holland), 12 Juni 1940
De Kapitein,
Commandant Mitrailleurcompagnie I-20 R.I.
w.g. W.J.A.M. van der Schoot.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.09 MB)