Verklaring van reserve-eerste luitenant Ir. A.A. Bonnema

HOOFDKWARTIER VAN DE GENERALE STAF
COMMISSIE VAN ONDERZOEK
--------------------

 

P R O C E S - V E R B A A L

  Op heden de 10e December 1947 verscheen voor onze Commissie Ir. A.A. Bonnema, geboren te 13 Juni 1908, wonende Rijksstraatweg 214 te Elst (Utrecht), in 1940 Reserve 1e Luitenant, Commandant 4 M.C., die ons het volgende verklaarde:

  "Op 12 Mei 1940 heb ik met mijn Compagnie (min 1 sectie) de stellingen ingenomen die waren voorbereid. Twee secties bevonden zich bij de Kunstweg, van Pl. 25 aan de spoorlijn, lopende naar de Veenendaalseweg. Hierbij was mijn commandopost. Een sectie stond onmiddellijk West van de Koerheuvel. Ik stond onder bevel van Commandant II-19 R.I. Maandagmorgen te ongeveer 12.00 à 13.00 uur heb ik mij begeven naar de 1e Sectie aan de Koerheuvel, waarvan ik bericht had ontvangen, dat er een paniek was uitgebroken. Ik heb daar enige tijd nodig gehad om de zaak weer in orde te krijgen. De mensen waren gevlucht, menende van de Koerheuvel te zijn beschoten. Aldaar heb ik ook het luchtbombardement ondergaan. Na het luchtbombardement kwam een grote stroom terugtrekkende troepen langs, waartussen ik op een gegeven ogenblik Majoor Van Apeldoorn ontdekte, van wie ik sedert het betrekken van de stelling niets meer had gehoord. Ik vroeg de Majoor waar hij heen ging, waarop hij antwoordde: "Het is niet meer te houden, we gaan terug". Op mijn vraag: "Geeft U mij ook bevel terug te gaan", antwoordde hij: "Neen, maar ik ga terug". Ik besloot toen contact op te nemen met mijn naast hogere Commandant, Commandant IV Divisie. De commandopost van Commandant IV Divisie bleek echter volkomen verlaten te zijn. Een artillerie opstelling aan de Cuneraweg, waar kort tevoren nog geschoten werd, bleek eveneens leeg en verlaten te zijn, met achterlating van de kanonnen. Ik heb mij daarna, zoals uitvoerig beschreven is in mijn gevechtsbericht, naar mijn stellingen begeven aan de eerder genoemde kunstweg en heb onderweg contact gehad met Kapitein Ruyters van I-46 R.I. en deze medegedeeld, dat mijn Bataljons Commandant was vertrokken en de Divisie Commandopost verlaten was. Enige tijd daarna heb ik met het overgebleven personeel van mijn compagnie de stelling verlaten, die voor zover wij konden zien, door de overige troepen volkomen verlaten was. Ik heb geen Duitsers gezien. Naar mijn overtuiging zijn geen Duitsers over de spoorbaan gekomen, aanvallende uit het Oosten. Wel staat voor mij vast, dat in het terrein ten Westen van de spoorbaan en Zuidelijk van mijn commandopost, reeds in de avond van 12 Mei, een vreemde schutter heeft gezeten, die af en toe een schot op onze stelling gaf, dat zich door de knal duidelijk onderscheidde van Nederlandse wapens. Mij is niet bekend wat de aanleiding kan zijn geweest, dat de commandopost van Commandant IV Divisie is verlaten. Ik bevond mij, zoals boven aangegeven, ongeveer 1 km. Z.O. van de commandopost van de Divisie Commandant bij de Koerheuvel en heb daar geen Duitsers gezien. Slechts is daar, voor zover ik heb waargenomen paniek geweest bij mijn sectie, die meende van de watertoren af te zijn beschoten, hetgeen onjuist was, zoals is vastgesteld door een veldprediker Onnes, die tevoren op de watertoren was geweest. Deze mensen zijn wellicht beschoten uit Zuidelijke richting door een vreemde schutter."

Voorgelezen, volhard en getekend,
Ir. A.A. Bonnema.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 1.73 MB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 2.10 MB)