Verslag van sergeant E.A.G. Veldkamp
A f s c h r i f t.
V e r s l a g terugtocht Staf 8 R.I. uit de commandopost
------------
Na twee dagen van zware gevechten met Duitsche stoottroepen in de stoplijn was 1-II-19 R.I. gedwongen terug te trekken.
Daar ons eigen artillerievuur niet die uitwerking had die het kon hebben, heb ik na het terugtrekken van de compagnie geprobeerd het te bereiken en kwam in de commandopost van 8 R.I. waar ik mij meldde bij Overste Hennink die daarvoor maatregelen nam.
Door het artillerievuur en een vliegtuigaanval op de spoorlijn kon ik mijn onderdeel niet meer bereiken en bleef in de commandopost 8 R.I., waar nog enkele manschappen van het Regiment Jagers, 24 R.I. en 19 R.I. waren.
Na een inleiding van artillerievuur kwam om 15.00 uur de eerste aanval van Duitsche stoottroepen bewapend met mitrailleurs; deze waren doorgedrongen tot tusschen de twee draadversperringen maar werden door ons steeds teruggeslagen. Deze aanval duurde tot ongeveer 18.00 uur. Onze verliezen waren vijf gewonden en één gesneuvelde, allen door het inslaan van een voltreffer der Duitsche artillerie, terwijl de vijand veel moet hebben verloren door mitrailleurvuur en handgranaten.
Van 21.00 - 22.00 uur hernieuwde, doch ook afgeslagen aanval der Duitschers, daarna werd en bleef alles rustig gedurende de nacht hoewel alle manschappen op hun post bleven met het geweer in den aanslag.
Dinsdag 14 Mei.
In de morgenuren een aanval van een patrouille Duitsche infanterie op de Noordwestelijke hoek van de commandopost, deze werd volkomen vernietigd en werden door ons buitgemaakt twee zware mitrailleurs. Tegen den avond werd door Overste Hennink het besluit genomen om terug te trekken naar de Rijn om van daaruit te proberen ons weer aan te sluiten bij onze troepen in de Vesting Holland.
Na het invallen van de duisternis stelde de afdeeling, bestaande uit Staf 8 R.I., detachement Jagers, detachement 24 R.I. en het detachement 19 R.I., zich in volmaakte orde en rust op in een boschperceel bij de commandopost.
Voorop ging als verkenning de Regimentspatrouille, welke gedurende de heele tocht prachtig werk heeft geleverd en daarachter Overste Hennink met de verschillende detachementen ter sterkte van ongeveer 100 man.
De route ging door ons eigen verlaten artilleriestelling (Laarscheberg) naar de straatweg Wageningen - Rhenen; deze weg werd door kleine gedeelten overgestoken terwijl Duitsche colonnes voorbij raasden en kwamen aan den oever van de Rijn bij de spoorbrug. Daar er verderop in de richting Elst werd gevochten konden we niet verder en daarom probeerde Overste Hennink de overkant van de Rijn te bereiken doch de spoorbrug was opgeblazen en booten waren er niet.
Op het commando vrijwilligers voor, om met een bericht om hulp de Rijn over te zwemmen meldden zich: dienstplichtig sergeant E.A.G. Veldkamp (1-II-19 R.I.), dienstplichtig korporaal Kolk, dienstplichtig soldaat Van Dijk, en dienstplichtig soldaat Van Doesburg (allen van Staf 8 R.I.).
Zij zwommen in de nacht van 14 op 15 Mei om 23.45 uur de Rijn over en begaven zich naar Kesteren, waar zij probeerden hulp te krijgen of in verbinding met een eigen legeronderdeel te komen, doch helaas mocht het niet meer baten want de vijand was reeds doorgetrokken, zoodat verdere hulp voor Overste Hennink niet meer kon worden gegeven.
IJsselstein, 17 Mei 1940.
(get.) E. Veldkamp
sergeant 1-II-19 R.I.