Schrijven van dienstplichtig soldaat M.H. Kuijpers inzake voordracht

A f s c h r i f t.

COMMANDANT IVe DIVISIE
-----
Nr. 139.
Onderwerp:
Onderscheiding.
Bijlagen: twee.
---

Stafkwartier, 9 Juni 1940.

Bijlagen dezes bied ik U hiernevens aan. Wellicht is de kennisneming daarvan U aanleiding den dienstplichtige

M. H. K u ij p e r s

van 3-I-8 R.I. voor een onderscheiding in aanmerking te brengen.
Te Uwer inlichting diene dat I-8 R.I. de hoofdweerstandsstrook op den Grebbeberg verdedigde en dat III-11 R.I. in den avond van 12 Mei 1940 belast was deels met het uitvoeren van een tegenstoot deels voor het versterken van de opstellingen der Divisie-reserve (aan Westrand spoorweg RHENEN-VEENENDAAL.)

De Kolonel,
Divisie-commandant,
(get.) A.M.M. van Loon.

Aan
Commandant IIe Legerkorps.
-------


==========================================================================


A f s c h r i f t. (bijlage 1)

11e Regiment Infanterie.
IIIe Bataljon.
Staf.
---------

Commandopost, 31 Mei 1940.

Gedurende de gevechten op de Grebbeberg in en nabij de stoplijn, bezet door resten van 3-I-8 R.I. onder bevel van den reserve kapitein BRITTIJN, werd door mij, J.P.J. VERBERNE Jr., reserve 1e luitenant-adjudant Staf III-11 R.I., aldaar aanwezig zijnde op 12 en 13 Mei 1940, geconstateerd:
dat de dienstplichtige KUIJPERS, ordonnans van 3-I-8 R.I. zich onderscheidde door een onvergelijkelijke felle manier van optreden, door elke opdracht, die hij kreeg, zonder aarzelen, nog zoo moeilijk of gevaarlijk lijkend ook, ogenblikkelijk en snel uit te voeren, eenige malen zoo onversaagd, dat hij door mij getemperd moest worden, daar hij mijns inziens soms te roekeloos deed.

Als voorbeelden mogen dienen:

1e het doen van voorstellen bij patrouillegang, die wezen op een koelbloedigheid, die bewonderenswaard was;

2e het zonder mijn bevel af te wachten, op eigen initiatief verkennen en wegwerken van een lichte mitrailleuropstelling, nabij de commandopost van 3-I-8 R.I., die onze patrouillegang in den ochtend van 13 Mei 1940 dusdanig bezwaarde, dat voorwaarts gaan onmogelijk leek;

3e het met [2 anderen (deze tekst is doorgehaald)] onder vijandelijk vuur wegsleepen van een onbeheerd staande lichte mitrailleur, welks bemanning eromheen gesneuveld lag, vanaf een kruispunt, gelegen bij den commandopost van den Majoor LANDZAAT van I-8 R.I. en het mede helpen vervoeren hiervan, al of niet kruipend naar genoemde Bataljonscommandant, dewelke, naar later werd medegedeeld, zich hiermede tot het laatst heeft kunnen verdedigen.

Mijns inziens komt deze dienstplichtige KUIJPERS in aanmerking tot het verkrijgen van een eervolle vermelding of anderszins.

De reserve 1e luitenant-adjudant,
Commandant Staf-III-11 R.I.,
(get.) J.P.J. Verberne.

Aan
Commandant 8 R.I.
-----------


==========================================================================


A f s c h r i f t. (bijlage 2)

3 - I - 8 R.I.

Ik bevestig dat de dienstplichtige KUIJPERS, Martin Hendrik als ordonnans elke opdracht hoe gevaarlijk ook onmiddellijk uitvoerde.
Van zijn laatste opdracht, toen de vijand reeds tot ver achter de stelling was doorgedrongen, keerde hij niet terug.

Commandant 3 - I - 8 R.I.
De reserve kapitein,
(get.) P.F. Brittijn.


==========================================================================


A f s c h r i f t.

COMMANDANT VAN HET
IIe LEGERKORPS.
-----
Nr. 35 P.
Onderwerp:
Onderscheidingen.
--
Bijlagen: drie.

Stafkwartier, 10 Juni 1940.

P e r s o o n l i j k.

Ik heb de eer Uwer Excellentie hierbij aan te bieden een aan mij gericht schrijven van Commandant IVde Divisie met twee bijlagen.
Ik vermeen, dat de dienstplichtige M.H. KUIJPERS van 3-I-8 R.I. voor eene onderscheiding in aanmerking komt.

De Kolonel
Legerkorpscommandant
(get.) Dr.Mr.Dr. J.S. Barbas.

Aan
den Commandant van het Veldleger.


==========================================================================


A f s c h r i f t.

COMMANDANT VAN HET
VELDLEGER.
-----
Nr. 52 P.
Onderwerp:
O n d e r s c h e i d i n g.
---

Hoofdkwartier van het Veldleger, 11 Juni 1940.

P e r s o o n l i j k.

In de melding van den Reserve-eerste-luitenant J.P.J. VERBERNE Jr. van Staf-III-11 R.I. dd. 31 Mei j.l., betreffende den dienstplichtige M.H. KUIJPERS van 3-I-8 R.I., waarvan de bescheiden mij toekwamen met Uw brief van 9 Juni Nr.139 (Commandant IIe Legerkorps dd. 10en d.a.v. Nr. 35 P.), staat als voorbeeld van het optreden van genoemden soldaat onder meer vermeld: "het zonder mijn bevel af te wachten, op eigen initiatief verkennen en wegwerken van een lichte mitrailleuropstelling, nabij de commandopost van 3-I-8 R.I., die onze patrouillegang in den ochtend van 13 Mei 1940 dusdanig bezwaarde, dat voorwaarts gaan onmogelijk leek".
Dit is zonder meer niet duidelijk.
Gaarne zie ik met spoed algeheele verduidelijking van dit punt tegemoet. Tevens wensch ik te weten, of deze zeer flinke soldaat naar Uw meening voor de M.W.O. dan wel voor een eervolle vermelding moet worden voorgedragen, in beide gevallen zoo mogelijk onder overlegging van nog meer getuigenverklaringen. Terugzending door tusschenkomst van Commandant IIe Legerkorps.

De Luitenant-Generaal,
Adjudant in Buitengewone Dienst
van Hare Majesteit de Koningin,
Commandant van het Veldleger.
(get.) J.J.G. Baron van Voorst tot Voorst.

Aan
den Commandant van de IVe Divisie.


==========================================================================


HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT
Afdeeling I C.
-------
Nr. 1168.
Onderwerp:
Onderscheiding.
---
Bijlage:
Voordracht dienstplichtige KUIJPERS.

's-Gravenhage, 19 December 1940.
Willem Lodewijklaan 1.

Bijgevoegd bied ik U aan afschrift van eene voordracht betreffende den dienstplichtige M.H. KUIJPERS van 3-I-8 R.I.
Omtrent hetgeen in de voordracht stond vermeld zijn destijds door den Oud Commandant Veldleger nadere inlichtingen gevraagd, omtrent de betekenis van "het verkennen en wegwerken van een lichte mitrailleuropstelling".
Voor zoover ik in het archief kon nagaan, zijn die door oud Commandant IVe Divisie niet meer (kunnen worden) verstrekt.
Ik heb mij derhalve tot den reserve 1e luitenant Verberne gewend, met verzoek om nadere inlichtingen, doch, hoewel dit reeds geruimen tijd geleden is geschied, ontving ik daarop geen antwoord. Zijn adres is mij opgegeven als te zijn: Laan van Nieuw Oosteinde 19 Voorburg (Zuid-Holland).
Bij informatie bleek mij, dat hem deze vraag om inlichtingen eerst korten tijd geleden is kunnen worden ter hand gesteld.
Een verslag van den dienstplichtige KUIJPERS zelf, waarom ik verzocht, voeg ik tevens hierbij.
Ik meende de voordracht te moeten doorzenden.
Eventueel nadere inlichtingen zal ik zoo spoedig mogelijk nazenden.
Wellicht is omtrent een en ander in het Persoonlijk archief van Commandant IIe Legerkorps (later Divisie B.) dat niet onder mijn bereik is, nog een en ander na te gaan.

De Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
V.E. Nierstrasz.

Aan
Chef Hoofdregelingsbureau (Kabinet)
te
's-Gravenhage.


==========================================================================


HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT.
--------------------
Afdeeling Ic.
Nr. 1113 / '40.
--------------------
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.

 

's-Gravenhage, 6 December 1940.
Willem Lodewijklaan 1.

Ik verzoek U mij een verslag te doen toekomen van hetgeen U op den Grebbeberg hebt beleefd.
Daarin dient ook te worden opgenomen, waar en hoe U in krijgsgevangenschap bent geraakt.

Den Generaal-Majoor,
o.l. den Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.

Aan
Dienstplichtige M.H. Kuijpers
per adres de Heer J.A. Kuijpers
Dorpstraat 38
Jabeek


==========================================================================

A f s c h r i f t.

Jabeek, 12 December 1940.

Aan
den Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf
te
's-Gravenhage.

Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 6 December 1940, Afdeeling Ic Nr. 1113, volgt hieronder een kort verslag van hetgeen ik alzoo op den Grebbeberg beleefd heb.

VRIJDAG 10 Mei 1940 om pl.m. 7.- uur 's-morgens de stellingen van de Grebbelinie bezet door mijn onderdeel 3-I-8 R.I. Verder zijn op Vrijdag geen bijzonderheden voorgevallen.

ZATERDAGMORGEN 11 Mei de telefoon-verbindingen van den Commandopost van 3-I-8 R.I. stukgeschoten, op welken dag ik drie keer een bericht heb overgebracht naar Commandant I-8 R.I. [Majoor Landzaat], omdat ik ingedeeld was als ordonnans bij 3-I-8 R.I. De route lag onder vijandelijk artillerie-vuur. 's-Zaterdags-namiddag een motor ter beschikking gekregen.

ZONDAG 12 Mei drie berichten overgebracht per motor, waarbij bij de overbrenging van het derde bericht de motor onder mij defect werd geschoten.

Op MAANDAG 13 Mei om pl.m. 6.- uur 's-morgens kreeg ik opdracht om met een Kapitein en een 1e Luitenant, welke moet zijn geweest J.P.J. Verberne, wonende te Oosteinde Nr. 19 te Voorburg, naar Commandant I-8 R.I. te gaan. Bij dezen luitenant kunt U wel meerdere gegevens over mij bekomen, aangezien deze van een en ander volkomen op de hoogte is. De route welke wij moesten volgen lag onder vuur en hebben sprongsgewijze van dekking tot dekking den commandopost van Commandant I-8 R.I. bereikt, alwaar de Kapitein achterbleef. Den terugweg deed ik alleen in gezelschap van bovengenoemden luitenant. Op handen en voeten kruipend hebben wij den terugweg afgelegd. Onderweg deden wij nog de nood-verbandplaats aan van waaruit we meest kruipend met ongeveer drie soldaten van de Geneeskundige Troepen met brancards naar onze stellingen zijn gegaan. Ik heb me toen gemeld bij mijn Commandant, die me weer opdracht gaf om een bericht door te brengen naar Commandant I-8 R.I., welke weg nog steeds onder vuur lag. Kruipend en dekking zoekend, moest ik mijn opdracht uitvoeren. Bij mijn terugkomst bij mijn Commandant heb ik weer een bericht overgebracht naar Commandant I-8 R.I. onder steeds meer hinderlijk wordend vuur, waarbij ik mijn heen- en terugweg heb moeten zoeken langs den Rijn, aangezien er anders geen doorkomen meer mogelijk was.
Om ongeveer 15.- uur op 13 Mei 1940 trok mijn compie al vechtend terug om een betere stelling in te nemen, aangezien de toestand onhoudbaar was, op welken terugtocht wij in Rhenen door den vijand krijgsgevangen werden genomen. Bij deze overgave, staande met de handen in de hoogte, kwamen wij onder vuur van eigen troepen. Wij mochten geen dekking zoeken, maar werden door den vijand gelast om staande te blijven met de handen in de hoogte. Toen doorboorde een kogel mijn linkerarm [schotwonden linkerpols].
Vervolgens werden wij geïnterneerd in de magazijnen van houthandel "de Stoomhamer" te Rhenen, alwaar mij een noodverband werd aangelegd om den arm. Op doorreis naar krijgsgevangenkamp in Duitschland, werd mijn arm behandeld in het St.Elisabethgasthuis te Arnhem, alwaar ik een nacht verbleef.
Hopende U hiermede in korte trekken een en ander van mijn oorlogservaringen, zooals U bedoelde, te hebben medegedeeld, teeken ik met de meest verschuldigde hoogachting,

(get.) M.H. Kuijpers

Eindstraat Nr. 9
Jabeek (Limburg)

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 334.38 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 420.29 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 3
(PDF, 284.82 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 4
(PDF, 304.28 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 5
(PDF, 370.76 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 6
(PDF, 416.51 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 7
(PDF, 468.32 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 8
(PDF, 926.83 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 9
(PDF, 814.43 KB)