Schrijven van vaandrig F.J. van Neer inzake kapitein Van Alewijk

Oss, 4 Januari 1941.
Kromstraat 24.

Hoogedelgestrenge Heer,

Als oud-Vaandrig bij 1-II-19 R.I. breng ik U, op de allereerste plaats mijn beste wenschen voor het pasgeboren 1941; moge de goede God de meesten Uwer wenschen in vervulling laten gaan.
Van mijn Compagniescommandant mocht ik in het afgelopen jaar een schrijven ontvangen, dat ondermeer de vraag inhield, personeel van onze compagnie aan te wijzen, dat zich in den strijd bizonder gedragen heeft, wat: moed, beleid en trouw betreft; ik heb dit dan ook gedaan.
Maar nu wilde ik tot U, graag een woordje richten over de gedragingen van mijn Compagniescommandant den Heer van Alewijk.

Wanneer ik nu mijn gedachten verplaats naar die voor ons, zoo spannende oorlogsdagen en weer meeleef in de toen zoo talrijke moeilijke momenten, hoop ik U, in de volgende bewoordingen iets te kunnen verhalen over de gedragingen van mijn Kapitein van Alewijk.

Primo. De tegenstoot, door zijn compagnie (die een sectie had moeten afstaan aan het Hoofdkwartier te Doorn!), in opdracht van zijn meerderen.
Secundo. Het leegschieten van de patronenband van de zware mitrailleur, van de sectie van de 1ste Luitenant Folmer (zaliger).
Tertio. Het na secundo, achter een van de lichte mitrailleurs gaan liggen, van mijn sectie en de jongens van geestdrift te bezielen.

Ad primo. De kapitein laat, na zijn compagnie verspreid te hebben, haar 350 meter oprukken; met mijn sectie ging ik van het pakhuis van Ouwehand's dierenpark langs de Hemmersteinsche laan [Heimersteinsche laan], ik meen te weten dat die laan zoo heette.
Onder het oprukken kwam ik met mijn sectie langs de opstelling der zware mitrailleur van de Luitenant Folmer (zaliger); verderop bezette ik een stelling met bovengenoemde laan tot borstweer, die gedeeltelijk bezet was door een handjevol dapperen van 8 R.I. onder commando van Sergeant Pilseker [Pilzecker]. Even later geraakte heel 1-II-19 R.I. in genoemde stelling, die groot genoeg en een stelling met zeer gunstige ligging was, op de rechtervleugel gesteund door mitrailleur[s] en in de rug door een stuk 6 veld onder commando van Kornet Mignot. Hier heeft 1-II-19 R.I. stand gehouden tot de laatste patroon.
De tegenstoot des nachts: helaas mislukt. De compagnie was ten dele uit de stelling, de Kapitein voorop, toen een hevig mitrailleurvuur in front losbarstte en de jongens gillend de stelling weer in sprongen, voorzover zij die nog konden bereiken. De Kapitein kreeg een duw en verdween, voor hem heel onverwachts, achter de stevige borstweer.
Velen onzer jongens hebben toen hun leven voor het Vaderland gegeven. Helden!
De Kapitein had gepoogd zijn bevel ten uitvoer te brengen, maar mislukt.

Ad secundo. Terwijl de zware mitrailleur, op de rechtervleugel zweeg en van te voren bericht was binnen gekomen, dat Luitenant Folmer (zaliger) door een schot in zijn schouder doodbloedde, is Kapitein van Alewijk na het commando te hebben overgedragen, de onder vuur liggende Hemmersteinsche laan overgestoken en heeft daar in de zware mitrailleur-opstelling de nog op het wapen zittende patroonband leeggeschoten.

Ad tertio. Toen hij weer bij zijn compagnie terugkwam, is hij achter een van mijn lichte mitrailleurs gaan liggen en heeft toen tijdens zijn vuren het ongelukkige schot door zijn rechter wang gekregen; het projectiel vloog echter door en verwondde een Sergeant van 8 R.I. dodelijk in zijn hart. Na onze Compagniescommandant het eerst verbonden te hebben, hielp hij ons mee met de zwaargewonde onderofficier van 8 R.I. Daarna is hij bewusteloos geraakt, hetgeen hij mij vertelde, toen ik hem weer terugzag in het Kriegsgefangene-lager: Offizierlager V-A te Weinsberg.

Moge deze drie punten, als bewijs van betoonde moed, van beleid, van trouw aan de bevelen, van zijn meerderen, ten minste een aansporing of de aanleiding zijn voor een eervolle vermelding van Kapitein van Alewijk!

U, hartelijk groetend, Overste, verblijf ik,
Hoogachtend,
(get.) F.J. van Neer.

Aan: Luitenant-Kolonel Smits, commandant 19 R.I.

Advies Commandant voormalig II-19 R.I.
Daar 1-II-19 R.I. tijdens de gevechten op den Grebbeberg op 12 Mei e.d.v. onder de bevelen stond van Commandant I-8 R.I., den majoor Landzaat, kan ik over de bovengenoemde feiten geen oordeel uitspreken.

Almelo, 18 Januari 1941.
Commandant voormalig II-19 R.I.
de reserve-majoor,
(get.) J.B. van Apeldoorn.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 976.54 KB)