Schrijven van vaandrig H.H. Elzas betreffende onderscheidingen

HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT.
--------------------
Afdeling Ic.
No. 1458.
--------------------
Onderwerp:
Onderscheidingen.
--------------------

 

's-Gravenhage, 10 Maart 1941.
Willem Lodewijklaan nr. 1


V E R T R O U W E L I J K.


In een voordracht voor een militaire onderscheiding betreffende den Sergeant HULSCHER en wijlen Sergeant BOERKOEL noemde de Kapitein Hakkert U als getuige.
Ik verzoek U, mij eene verklaring te doen toekomen betreffende het optreden dier sergeanten, waaruit blijkt, in hoeverre U van oordeel is, dat deze voor een eervolle vermelding in aanmerking komen en tevens de feiten, waarop Uw oordeel gegrond is.
Aangezien ik uit inlichtingen van een soldaat ontwaarde, dat van Kapitein Hakkert weinig krachtige leiding is uitgegaan, verneem ik gaarne - uiteraard vertrouwelijk en in afzonderlijk schrijven - in hoeverre dit naar Uw oordeel juist is. Mocht U daarentegen van oordeel zijn, dat deze kapitein zich moedig en beleidvol heeft gedragen, zoo zelfs, dat hij voor een eervolle vermelding in aanmerking komt, waartoe uiteraard een bijzonder moedig, krachtig en beleidvol optreden vereischt is, dan ware zulks te vermelden.

De Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
V.E. Nierstrasz.

Aan:
den Heer H.H. ELZAS
Weg naar Laren 17
te
ZUTPHEN.
-------------


==========================================================================

H.H. ELZAS
-----------
ZOOLLEDER - OVERLEDER
DRIJFRIEMEN

Zutphen, 12 Maart 1941
Weg naar Laren 17.


Den HoogEdel Gestrenge Heer
Overste V.E. Nierstrasz.
D E N  H A A G.


HoogEdel Gestrenge Heer,

In antwoord op Uw schrijven No. 1458 dd. 10 dezer deel ik U mede:

Sergeant Hulscher: Deze sergeant komt zeer zeker voor een eervolle vermelding in aanmerking. Zooals ik U reeds in mijn gevechtsrapport dd. 13 Januari 1941 meldde, is het plaatsen van de munitiekisten in het munitiedepôt zijn idee. Bij alles, wat gedaan moest worden, is hij zijn mannen voorgegaan, en door zijn optreden heeft hij zéér veel bijgedragen tot het instandhouden van een goede, bij den toestand behoorenden, geest van zijn menschen. Zooals ik U reeds dd. 10.2.41 schreef betreffende den Kapitein D.A. van Alewijk, is het zeer moeilijk, steeds concrete feiten aan te voeren.

Sergeant Boerkoel: Naar mijn meening heeft de sergeant Boerkoel zijn plicht gedaan. Indien dit een motief is voor een eervolle vermelding, komen mijns inziens ook de tijdens den tegenstoot gevallen soldaten der 3e sectie: Kaak en van den Hof, en de korporaal Giessen hiervoor in aanmerking, en eveneens de soldaat Mahler, die voor dood op het slagveld achterbleef, doch er het levend heeft afgebracht (naar hij mij eens vertelde met 6 schotwonden). Verder de soldaten: Eysink, Reuvers, van Mourik, Melchers die zich allen zeer koelbloedig hebben gedragen.

Messing: De soldaat Eysink, J. vertelde mij, dat Messing (naam en nader adres mij onbekend) zich zeer goed moet hebben gedragen; door zijn optreden moet hij zijn kameraden zeer hebben aangevuurd. Ik heb Eysink gezegd, dit aan U te melden; of hij het gedaan heeft, weet ik natuurlijk niet.

Hoogachtend!
(get.) H.H. Elzas.


==========================================================================

H.H. ELZAS
-----------
ZOOLLEDER - OVERLEDER
DRIJFRIEMEN

Zutphen, 12 Maart 1941
Weg naar Laren 17.


Den HoogEdel Gestrenge Heer
Overste V.E. Nierstrasz.
D E N  H A A G.


HoogEdel Gestrenge Heer,

Met betrekking tot het sneuvelen van Majoor Jacometti kan ik U nog het volgende mededeelen, hetwelk mij werd verteld door den dienstplichtig soldaat Mahler, J., van mijn sectie:

De Majoor is loopende neergeschoten, de voorste lijn, links van den Majoor, zag er als volgt uit: Messing, Mahler, sergeant Hulscher, kapitein Hakkert, Kaak, van den Hoff, Majoor Jacometti.

Mogelijk heeft U hier iets aan voor Uw onderzoekingen.

Hoogachtend!
(get.) H.H. Elzas.


==========================================================================

H.H. ELZAS
-----------
ZOOLLEDER - OVERLEDER
DRIJFRIEMEN

Zutphen, 12 Maart 1941
Weg naar Laren 17.


Den HoogEdel Gestrenge Heer
Overste V.E. Nierstrasz.
D E N  H A A G.


V E R T R O U W E L I J K.


HoogEdel Gestrenge Heer,

In antwoord op Uw schrijven No. 1458, dd. 10 dezer, deel ik U mede, dat volgens mijn meening het oordeel van den soldaat over den kapitein Hakkert juist is.

Van Vrijdag tot Zondagmiddag hebben wij zeer weinig van den kapitein bemerkt, hetwelk uiteraard logisch was, door het voortdurende bombardement, waaraan wij bloot stonden.

Tijdens den terugtocht evenwel heb ik het commando moeten overnemen, teneinde te voorkomen, dat wij misschien onder de voet geloopen zouden worden. Ik heb hem evenwel steeds hierover geraadpleegd. Ook in de stelling van 2-III heeft hij zich aanvankelijk met niets bemoeid. Hem steeds om zijn toestemming vragende ben ik toen begonnen, met op den rechtervleugel orde te scheppen, mijn manschappen in te deelen, en leiding te geven.

Maandagmorgen nam de kapitein Hakkert het bevel van kapitein van Alewijk over; hij deelde mij toen in op den linkervleugel, terwijl de manschappen van mijn eigen sectie op den rechtervleugel stonden. Te ca. 10.10 uur zag ik menschen van rechts langs mij heen naar achteren trekken, blijkbaar vluchtende. Zij deelden mij mede, dat de Duitschers er aan kwamen met Pak, en dat de kapitein reeds weg was, wijzende in de richting van 3-II. Daar ik moest aannemen, dat rechts van mij dus niets meer zat, was verder blijven hier doelloos, en ben ik met de overblijvende menschen op 3-II teruggetrokken, waar ik mijn Compagniescommandant bij zijn Commandopost aantrof, in gesprek met eenige mij onbekende officieren. Het is mij later uit een gesprek met een mijner manschappen gebleken, dat ook zij van het terugtrekken van Kapitein Hakkert, en daardoor van het mijne, totaal onkundig waren, zoodat zij zich ter plaatse hebben moeten overgeven.

Hoogachtend!
(get.) H.H. Elzas.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 397.26 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 900.72 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 3
(PDF, 546.81 KB)