Verslag van dienstplichtig soldaat Th.H. Jansen
A F S C H R I F T
uit het Oorlogsdagboek van Theodorus, Hendrikus JANSEN
van 3-II-8 R.I., wonende Wezelscheweg C. 179 te Wijchen
(Gelderland), Holland.
DE OORLOG NEDERLAND - DUITSCHLAND 1940.
Vrijdag 10 Mei.
Eerste dag: Ik word uit de petoet gelaten en om 11 uur kom ik in de loopgraaf. Ik zie in dien tusschentijd 3 vijandelijke vliegtuigen naar beneden storten. De Mitrailleurs van ons haperen en worden eerst in orde gebracht. 's-Avonds hooren we het eerst kanongebulder, de vijand beschiet de Grebbe voor Veenendaal terwijl overal dien avond brand is. Dien dag hebben we "Poppedijntje" leeg geplunderd. Die nacht is de eerste van de 4 slapelooze nachten.
Zaterdags. 's-Morgens circa 7 uur worden we opgeschrikt daar de vijand onze stelling onder vuur neemt. Om 9 uur kwam een voltreffer in de loopgraaf waardoor een van onze jongens gedood wordt, namelijk G.L. Spann uit Millingen. Den heelen dag blijft dat door gaan. Maar onze Artillerie staat ook niet stil, die zit vlak achter ons, en schiet er duchtig op los. Onze Artillerie schiet Wageningen kapot terwijl de vijand daar door wil. Zaterdag's-avonds de eerste Infanterie-aanval van den vijand. Deze wordt echter afgeslagen. Maar den heelen nacht duurt het mitrailleurvuur en geweervuur door tusschen de Duitschers en Hollanders.
Pinksteren.
Zondagsmorgens. De vijand breekt de eerste stelling van de Grebbelinie namelijk de dijk. Overal vóór ons en bezijden ons wordt duchtig gevochten. 's-Middags komt er bericht dat wij een aanval moeten doen. Onder Artillerievuur die onze stelling blijft beschieten, komen wij ongedeerd in den boschrand en moeten achter het Dierenpark zoo naar de Grebbeberg. Maar in het bosch wordt er één gewond door een granaatscherf. We gaan in tirailleurslinie voorwaarts. Maar op den weg Wageningen - Rhenen worden we van alle kanten onder vuur genomen. De Majoor, die zelf voorop ging, sneuvelt al gauw, wij vuren wat we kunnen. Links en rechts van ons vallen er dooden en gewonden en we zijn genoodzaakt terug te trekken en komen weer in onze stelling. De toestand lijkt hopeloos, de vijand zit vóór en links van ons. Maar 's-avonds komt er hulp opdagen, een Bataljon Jagers uit Maas en Waal komt ons van Amerongen af te hulp en zij zeggen, dat de Franschen op komst zijn en Nijmegen reeds bezet hadden, maar dat bleek later een verzinsel te zijn. Maar in ieder geval nieuwe moed! Dien avond sta ik weer op wacht zooals gedurende de vorige nachten. Ik krijg handgranaten, een mitrailleur en mijn geweer met een kist kogels. Ik sta een half uur op wacht toen er een lichtkogel ongeveer 50 meter van mij af blijft zweven, waardoor ik een oogenblik in het licht kom, maar ik dek me vlug, juist bijtijds, want eenige kogels vliegen over mij heen en komen in de planken van de loopgraaf. Ik vuur zooveel als het kan en vraag om hulp. Ik krijg een persoon bij me, nu vuren we met geweer en mitrailleur zoo snel als we kunnen. Ik word afgelost en probeer wat te slapen, een beetje sluimeren maar, meer niet.
's-Maandags, tweede Pinksterdag, duurt den heelen tijd het mitrailleurvuur en geweervuur voort; om 12 uur 's-middags komt de 1e sectie bij ons de loopgraaf binnen vluchten, ze konden den vijand niet meer houden. Er wordt besloten, dat wij ook terug trekken. Alles wordt klaar gemaakt, trommels en munitie zooveel mogelijk meenemen, we willen nu de loopgraaf verlaten. Maar, o wee, 200 meter achter ons in den boschrand wemelt het van Duitschers, we kunnen nergens meer heen. We hebben 2 luitenants, de één wil zich overgeven, de ander vechten tot het laatste. Alles wordt zoo vlug mogelijk klaar gemaakt. We moeten nu over de rugwering schieten, er worden verhoogingen aangebracht om te kunnen schieten, maar die strijd is hopeloos. De eene luitenant staat bij mij [F. Hoogewerff van 2-I-24 R.I.?] en wordt in het gezicht getroffen en is op slag dood. Rechts van mij valt mijn vriend. Nu wordt het mij te heet en ik wil een schuilnis binnen loopen. Er waren er nog 2 vóór mij en we rennen zoo hard als we kunnen er heen, maar terwijl wij er haast zijn, komt een handgranaat vóór ons terecht. Allebei degenen, die vóór mij waren, vallen neer en ik moet er overheen en kom ongedeerd in de schuilnis. Onderhand hoor ik roepen "Komt er Raus".
Ze hadden een witten zakdoek op een geweer gestoken en zich overgegeven. We moesten alles af doen en de jas uittrekken, waardoor ik bijna alles kwijt werd, maar terwijl wij gevangen genomen worden, vuren de zware mitrailleurs door op den vijand, waardoor er ook nog van ons getroffen werden. Een schamel beetje was overgebleven, de gewonden werden eerst verbonden, daarna moesten wij de gewonden in dekens en onder geleidde naar een hulppost brengen en wij werden verder naar Wageningen gebracht per voet. Daar werden we nogmaals gefouilleerd en in auto's naar de Coehoorn-kazerne te Arnhem gebracht. Voor het eerst dien nacht kunnen we slapen, we liggen zoo op den vloer en kort op elkaar, dat is warmer.
Dinsdags. 's-Morgens gaan we te voet naar Zevenaar dat is 13 km. Onderweg krijgen we veel van de burgers. In Zevenaar moeten we op den trein. We hadden ongeveer anderhalf uur gereden toen we moesten uitstappen. We kwamen achter het prikkeldraad, namelijk in Bocholt, kort bij de Hollandsche Grens.
Van 14 Mei tot 20 Mei bleven wij daar, vandaar vertrokken wij 's-Maandags naar Neu-Brandenburg boven Berlijn. Wij reisden over Ems - Osnabrück - Hamburg en Lubeck, 22 uren aan één stuk. Daar bleef ik tot 7 Juni. We zouden die week daarop naar Holland gaan. Maar we konden ook gaan werken, 8 weken lang, dan gingen we terug naar Holland en waren vrij van alle dienst, dus gedemobiliseerd.
Vrijdags-avonds 7 Juni gaan we naar Pölitz, 22 km. achter Stettin. Half twaalf gaan we op den trein en komen 's-morgens om 'n uur of 10 in Pölitz aan. We hadden onderweg 4 uur vertraging. We komen in een werkkamp, krijgen direct eten zooals we in geen 4 weken meer gehad hebben en krijgen bedden met lakens. Wij slapen dien nacht fijn. We waren met 256 uit Brandenburg vertrokken. Daar in Neu-Brandenburg lagen circa 7000 Hollandsche krijgsgevangenen.
Zondags worden we ingeschreven en krijgen 30 Mark voorschot, daar wordt een stevig biertje op gedronken. Ik gaf mij op als Betonijzerbuiger en vlechter.
's-Maandags begonnen, dat was 10 Juni. We werken van 's-morgens 6 tot 's-avonds 6, met 'n uur schafttijd ertusschendoor. Om den anderen Zondag moeten we werken en hebben Zaterdagsmiddags vrij. In Neu-Brandenburg hadden we op 2 Juni nog 'n Mis gehad in de open lucht. De eenigste Mis van 5 Mei tot heden, Zondag 16 Juni. Hier is geen kerk, want hier in Noord-Duitschland is alles protestant.
Morgen begint de nieuwe week. 17 Juni 1940.
De 2e week kom ik voorloopig in het grondwerk, maar zal wel gauw bij het oude terug komen. Ik beurde van de week 39 - 10 voorschot = 29 Mark. Het is heden Zaterdag 22 Juni. Morgen, Zondag, moeten we werken, dus dan begint de nieuwe week.
- - - - - - - - -
De 3e week weer in het ijzer en verdien 80 pfennig per uur. Het is heden Zondag 30 Juni en vandaag zijn wij vrij. Morgen begint de 4e week.
- - - - - - - - -
De 4e week zijn we ook al door. Nog 4 weken en we zijn in Holland. De halve week niet gewerkt en vandaag, Zondag 7 Juli, zijn mijn kameraad en ik goed uitgeweest en wezen roeien op de Oder en goed geprüft.
We zullen zien wat de 5e week brengt.
's-Avonds hevig onweder.
- - - - - - - - -
De 5e week is weer om.
Donderdag op Vrijdagnacht Engelsche vliegtuigen boven Pölitz. We worden wakker van hevig afweergeschut. De heele week gewerkt, meestal in het beton of aan de betonmolen. Het is heden Zaterdag 13 Juli.
Het is heden Zaterdag en de 6e week is weer voorbij; de heele week in het beton. Morgen de 7e week, nog 2 weken en we gaan naar Holland.
- - - - - - - - -
Heden is het den 28en Juli en de 7e week is weer voorbij. Volgens recht gaan wij Vrijdag weg, maar er zijn geruchten, dat we pas op 7 Augustus weggaan. Brrrrrrrrrr. Het is niet te hopen, want hoe eer hier weg, hoe liever het mij is.
We wachten af en maar zien of we de andere week om dezen tijd thuis zijn.
- - - - - - - - -
Het is heden 2 Augustus, Vrijdag.
Zondagmiddag om 1 uur vertrekken wij. Woensdag heb ik het laatst gewerkt. Gisteren Donderdag ben ik naar Stettin geweest en flink uitgeweest, evenals Zondag in Jazenik.
BEN HEDEN THUIS.
- - - - - - - - -
|
