Verhoor van sergeant R. van Veen inzake Hilberdink
Verhoor op 8 October 1940 van de sergeant van het Regiment Genietroepen,
[de opperwachtmeester?] van Veen, Roelof, ingedeeld geweest als sergeant-toegevoegd bij
4e Compagnie Pioniers. Burgeradres: Roemer Visscherlaan 73 te Zeist. Zonder beroep.
Mijn Compagniescommandant was de reserve kapitein Ir. P.S. van Walsum.
Op Zondag 12 Mei was ik Commandant van een afdeeling van 4e Compagnie Pioniers, die met een trailer, waarop een brugdeel en een vrachtauto van personeelsvervoer stond te Rhenen (zie schets). Ingedeeld waren bij mijn afdeeling de dienstplichtig sergeant [Hendrik] van der Houwen, wachtmeester Wolthuis (wonende te Rotterdam?), de dienstplichtigen Op den Velde, van Dijk, Hilberdink A. en verdere namen weet ik niet meer, maar er waren er nog twee bij; in totaal had ik 5 dienstplichtigen. Een kapitein van de Marechaussee kwam bij ons, vroeg onze opdracht en nadat wij hem die hadden medegedeeld, droeg hij ons op terugtrekkende afdeelingen tegen te houden en terug te sturen en dat wij daarbij van onze vuurwapens gebruik konden maken.
Ik heb een afdeeling van pl.m. 12 man, die witte doeken aan de geweren hadden terug gewezen, daarna zijn er nog een paar loslopende gekomen die terug gewezen zijn. Toen kwam er een grootere afdeeling, waar[bij] eenige onderofficieren, zeker een man of veertig à vijftig, die wij ook tegen hielden. Wij stonden toen als op de schets is aangegeven en kwam er opeens een officier aan, komende van de richting van het viaduct, en vroeg aan mij wat er aan de hand was. Ik heb hem medegedeeld dat de daar staande infanteristen uit de stelling terug trok. En zoodra ik dit had gezegd, trok hij zijn pistool en zei: "Terug" tegen de afdeeling infanterie, die niet erg hard terug ging. Op hetzelfde oogenblik dat de luitenant "Terug" riep, riep soldaat Hilberdink, die hoogstens twee meter van de luitenant afstond, zijn handen terugwijzend in de richting van de stelling: "Terug". Hilberdink stond met front naar de straatweg. En op dat oogenblik hoorden wij een schot, dat uit het wapen van de luitenant moest komen, [doch niet ?] door te vroeg afdrukken over Hilberdink heen had kunnen gaan.
Ik keek naar Hilberdink, die ik toen naar zijn borst zag grijpen en in elkaar zag storten. Hilberdink leefde nog, is vervoerd naar de hulpverbandplaats [nabij de Koerheuvel in Rhenen] en kwam de auto later terug met de mededeeling dat Hilberdink dood was.
Na het schot liep de troep infanterie terug en de luitenant liep er achter aan. De luitenant was een eerste luitenant met aan weerszijden van zijn kraag een gouden en een zilveren ster [wat duidt op een luitenant-adjudant]. Hij gaf een onzekeren indruk.
Het gebeurde heeft plaats gehad om pl.m. 18.00 á 19.00 uur. De luitenant was wel zenuwachtig, hij heeft te weinig woorden uit Hilberdink's mond kunnen horen om daaruit de conclusie te trekken dat Hilberdink een Duitsch accent had. Ik heb de indruk dat de luitent Hilberdink heeft aangezien voor een infanterist, die gedeserteerd was. Mijn indruk is dat de luitenant geheel handelde om de order dat ieder terug moest te doen uitvoeren.
Voorlezen, volhard en geteekend,
(get) R. van Veen.
Aldus in onze tegenwoordigheid verklaard, goedgekeurd en geteekend
De Kolonel
D.M. Lucardie
De Majoor.
F.A.J. de Klerck
De kapitein
U. de Stoppelaar
De kapitein
J.K.H. de Roo van Alderwerelt
|
