Verslag van reserve-eerste luitenant J.E. Garssen

HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT.
Afdeling I C.
------
No. 1540.
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.
---

's-Gravenhage, 1 April 1941.
Willem Lodewijklaan 1.

Ik zal het op prijs stellen, een zoo getrouw mogelijk verslag van U te ontvangen omtrent hetgeen U met Uw onderdeel beleefd hebt tijdens de oorlogsdagen van 9 -15 Mei 1940.
Het is van belang, dat U daarbij tevens vermeldt:
-- waar en in welke functie U dienst deed;
-- waar U persoonlijke op 10 Mei Uw opstelling had;
-- wie Uw chefs waren en wie onder Uw bevel dienden;
-- met welke onderdeelen U aanraking hebt gehad;
-- of en zoo ja, waarheen U bent teruggetrokken;
-- of en hoe U bent gevangen genomen.
Een en ander is voor mij van groot belang voor het zoo zuiver mogelijk beschrijven van de Krijgsgeschiedenis.

De Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.

Aan:
Reserve 1e Luitenant J.E. Garssen, Guido Gezellestraat 25, Eindhoven.


= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


Krijgsgeschiedenis.
Antwoord op No: 1540.

Excellentie,

Hierbij heb ik de eer U het gevraagde verslag te doen toekomen.

Algemeene opmerkingen en fouten.

  1. Als reserve 1e Luitenant was ik, J.E. Garssen, commandant van de derde sectie van de derde compagnie van III-8 R.I. op voorposten. Mijn commandant was de kapitein Zwarts, mijn opvolger de sergeant Gallis.
  2. Klik hier voor een uitvergroting
    Schets opstelling behorende bij het verslag van reserve 1e luitenant J.E. Garssen, commandant 3e sectie 3-III-8 R.I. (1941)
    Schets opstelling
    . De ingeschetste opstellingen M.C. 1, 2 en 3 waren nieuwe opstellingen van de mitrailleurcompagnie die nog niet voltooid waren en niet bezet tijdens oorlog. Oude opstellingen M.C. meer naar achteren.
  3. Tijdens oorlog heb ik mijn opstelling gekozen in het steunpunt aan de Haarweg bij de rechtergroep, daar ik vermoedde, dat daar het meeste zou gebeuren en ik daar nog het beste overzicht van het terrein had, alhoewel ik mijn twee andere groepen niet kon zien door tusschen gelegen boomgaard. Eveneens geen verband met compagniescommandant.
  4. Onze compagnie had een uiterst ijle opstelling. Een frontbreedte van ongeveer 1,6 K.M. (van Nieuwe Kanaal tot Straatweg, deze niet inbegrepen). Steunpunten waren in ophooging uitgevoerd hetgeen noodzakelijk was door de hooge grondwaterstand. Eveneens geen verbindingsloopgraven.
  5. De aangevraagde opruimingen waren nog niet klaar, zij mochten pas verricht worden nadat het opruimingsbevel kwam, toen was er natuurlijk geen voldoende tijd meer voor (personeel overbelast met wacht en patrouilles en mitrailleurpiketten). De opruimingen hadden voor de oorlog verricht moeten worden maar daarvoor geen toestemming ontvangen.
  6. Door het uitermate droge weer bevatte de antitankgracht haast geen water, zoo ook de sloten en was de grond keihard.
  7. Onder vuur was het bijkans onmogelijk ordonnansverbindingen te onderhouden met andere groepen en compagniescommandant. Telefoonverbindingen waren beslist noodzakelijk geweest.
  8. We bezaten aanvalshandgranaten en geen verdedigingshandgranaten. Deze waren herhaaldelijk aangevraagd.
  9. Onze helmen schitterden erg in de zon (we vochten tegen de zon in, we hadden helmbanden moeten hebben, modder hielp niet, droogde direct weer op en viel er af.)
  10. Van een verkenningslichaam vóór ons bleek niet veel, bericht van algemeene aanval niet ontvangen, wel dat er een klein groepje of iets dergelijks in voorterrein was.

Donderdagavond 9 Mei omstreeks half één alarm. Ga naar kazerne (school) waar reeds kapitein en collega aanwezig zijn. De meeste goederen waren al in stelling (Dinsdag alarmtoestand). Alles liep goed. Hoorde door radio dat groote golven vliegtuigen ons land passeerden, eerst de grens, later ook de Lemmer enz. We dachten: groote aanval op Engeland, maar dan ook groote kans voor ons om in oorlog te komen. Stemming onder de jongens nerveus. Kapitein zegt me vast met de compagnie naar stelling af te marscheeren. Hij zal direct nakomen, school zal afgesloten worden, administrateur gaat met trein naar Werkhoven.
Om ongeveer half drie - drie uur ben ik in de stelling en geef ieder order naar zijn opstelling te gaan en daar af te hangen. Gasmasker om en helm op. Even later komen de eerste vliegtuigen over. Daarna heel veel, honderden en honderden. De luchtafweer begint te werken. Ik moet met veel gedonder de jongens die met een heele club te hoop loopen op het licht gekleurde grindwegje uit elkaar jagen naar hun opstelling. Kapitein arriveert, ik ga naar mijn sectie. Alles begint te werken, munitie en noodrantsoenen worden verder verdeeld over de opstellingen. Wachten worden uitgezet wat veel personeel kost. De ernst komt er pas goed in nu er een groote scherf van een luchtdoelgranaat dicht bij neer komt en het zand opstuift.
Eén van mijn jongens valt arm uit kom, we kunnen hem er niet weer in krijgen, ook niet met hospitaalsoldaat, hij gaat naar hulpverbandplaats, heb hem niet weer voor het gevecht terug gekregen.
We probeeren op de vliegtuigen te schieten met kleine stootjes. Laat er na eenige keeren mee op houden, ze zijn of veel te hoog of, wanneer ze laag over komen, veel te snel voor onze "lichte" mitrailleurs met één man als affuit. Het heeft in elk geval het nut dat onze mitrailleurs ingeschoten zijn en we nog een storing op kunnen heffen.
De batterij op de Zuidkant van de Grebbeberg schiet goed. Vrijdagochtend haalt hij een 5 of 6 vliegtuigen naar beneden. Uit één zien we nog iemand omlaag springen met een parachute. Het is schitterend zonnig en helder weer.
De laatste tijd is het zeer droog. De tankgracht bevat haast geen water meer.
Een vliegtuig trekt boven de Grebbeberg een groote O van witte rook, eerst dacht ik dat het een eigen vliegtuig was, dat iets mede wilde deelen. Vermoedelijk echter een Duitscher die de anderen op de luchtdoel opmerkzaam wilde maken.
Na binnenkomst van opruimingsbevel wordt hiermee begin gemaakt. We ruimen planken keetjes van Heidemaatschappij en aannemers op, hakken de boomen om die het meest het uitzicht belemmeren. Bruggen in Wageningen en wegversperringen springen met donderende knallen.
Langs de Haarweg wordt een geweldige hoeveelheid vee geëvacueerd. Er lijkt geen eind aan te komen. Bevel afsluiten wegen is al gekomen. Niet al het vee komt meer mee of blijft verder op steken of hoe dan ook. Later hiervan veel last, loopen in de nacht op stellingen en bemoeilijken waarneming. Brullen geweldig daar ze niet gemolken worden, enkele jongens probeeren te helpen maar geen beginnen aan. We jagen ze in weilanden binnen omheining maar komen er een halve kilometer verder weer uit door een gat. Ik wil ze niet neerschieten want voor geval we geen aanval krijgen zitten we met het warme weer met de stinkende lijken en misschien hebben we ze nog noodig als voeding. De volgende dag zitten ze tusschen het gevecht.
De burgers evacueeren. Op de bocht van de weg laat ik een geweldige graafmachine zetten hetgeen zeer bereidwillig door personeel gebeurt die er nog mee naar Holland wilde hetgeen toch niet meer ging nadat de wegen afgesloten waren. We maken hem onklaar door de olieleiding eruit te nemen, de zware grijper wordt in de slootkant vast gewurmd.

Vrijdag al heel vroeg moesten we op bevel piketten bij de mitrailleurs plaatsen hetgeen veel personeel kostte. Bovendien personeel voor een wacht en patrouilles. Opruimingen zijn niet klaar te krijgen hetgeen ook wel te voorzien was.
Alle papieren die ik nog in mijn tasch heb overgieten we met petroleum en verbranden we. De telefoon in het dichtstbijzijnde gebouwtje maak ik onzichtbaar onklaar door uitnemen van smeltzekeringen. Bij het donker worden laat ik ophouden met hakken. Laat de jongens in de kisten slapen en steeds de wachten en piketten aflossen.
In de nacht komen sterke artilleriebeschietingen van beide kanten. De granaten gaan als bootjes over ons heen. Eigen artillerie beschiet Wageningen en kruispunt van wegen. Haarweg wordt niet belangrijk beschadigd.
Er komt in de nacht een klein vliegtuigje over ons heen en steekt een groote lichtparachute af in het Oosten waardoor we het voorterrein kunnen verkennen. Ik dacht daardoor dat het een eigen vliegtuig was maar dat is zeer de vraag, voor de eerste keer zagen we een lichtparachute.
Ik heb als opstelling gekozen rechter steunpunt aan de weg omdat ik denk dat daar het meeste zal gebeuren. Sergeant Gallis en ik slapen ieder elk een uurtje ondanks vijandelijke artilleriebeschieting die over ons heengaat.

's Morgens heel vroeg roept hij mij daar hij vijand meent te zien. Het zal eer uur of vier geweest zijn als de eerste aanraking begint. Vijand maakt gebruik van twee slooten langs de weg en alle heggetjes en boomgaarden.
Ik zag 's morgens een luik open staan in groote roode kerktoren van Wageningen dat naar ik meende vorige dag niet open stond. Vraag artillerievuur aan, daar ik dacht dat er een waarnemingspost van de vijand in zat. Dit bericht is in elk geval bij Bataljonscommandant gekomen. Toren is blijven staan, wel eenige huizen er vlak bij stuk dus waarschijnlijk is bericht doorgekomen.
Vijand tirailleert geweldig goed. Gebruiken als dekking onder andere graafmachine en rioolpijpen der wegversperring en de slooten langs de weg.
Alleen ordonnansverbinding met compagniescommandant. Door boomgaard geen verband met mijn twee andere groepen. Stuk 6-veld achter ons vuurt over weg. Onze mitrailleurschutter en geweerschutters vuren.
Tegenover ons twee lichte mitrailleurs. We zien practisch niets, vijand goed gecamoufleerd met camouflagehemden en helmbanden. Heggen en boomgaarden hinderen geweldig. Ze kruipen door tankgracht en smeren zich met modder in.
Er springt een granaat op onze borstwering. Een tweede slaat boven op de loopgraaf en erin. Ik sla voorover en zie slechts een wolk stof. Krabbel op. Mankeer niets. Raap een scherf op, hierop staat D.R. en nog wat. Soldaat van Hattem licht gewond aan jukbeen. Ik druk de wond wat uit. Ik zeg hindert niets, maar het bloedde nog al aardig. Jongen erg zenuwachtig, wil beslist naar hulpverbandplaats. Ik raad hem dat af en zeg, dat hij er nooit levend komt, aangezien we aan alle kanten onder eigen en vijandelijk vuur liggen. Onze opstellingen zijn namenlijk in ophooging en hebben geen verbindingsloopgraven. Het lukt hem blijkbaar want in Augustus heb ik hem weer gezien. Ik taxeer, dat de granaten uit een mortier komen, het ding begint zeer snel te vuren op en tegen onze stelling. We doen wanhopige pogingen hem te vinden. Lukt niet, zelfs niet met kijker (later begreep ik dit door zijn kleine afmetingen, verder heeft hij misschien ergens achter gestaan).
Een tweede mortier begint ons van de rechter flank te bevuren. In front krijgen we vuur uit twee mitrailleurs. Vuursnelheid van deze veel grooter dan van de onze. We zien zeer weinig door heggen en boomgaarden. Ik kruip uit en achter het steunpunt en probeer door schreeuwen aanwijzingen aan 6-veld te geven hetgeen niet lukt. Al onze mitrailleurtrommels zijn leeg geschoten. Ik zit met een paar soldaten trommels te vullen met geweerpatronen.
Sergeant Gallis wordt door een mortierschot met schietschild, geweer en alles van de borstwering afgeslagen waar hij boven op lag te vuren. Mankeert niets. Er worden eenige geweren stuk geschoten door schietsleuf. Er zitten scherpschutters tegenover ons. Onze helmen die in het zonlicht schitteren zijn een handicap. Water en zand helpt niet, zoo weer droog en eraf. We vechten tegen zon in.
Mijn oppasser te Lintum geef ik een gevulde trommel die hij wegbrengt. Hij sneuvelt. Ik ben direct bij hem, op slag dood. Getroffen door het hoofd, een kogel door de mitrailleursleuf. Negen maanden heb ik deze ijverige jongen gewaardeerd. We worden hoe langer hoe meer ingesloten, mitrailleurschutter Bruntink sneuvelt. Evenals te Lintum geraakt door schietsleuf, ondanks het feit dat deze niet afstak tegen de lucht want we hadden een deurtje voor de opstelling getimmerd zoodat het geheel donker van binnen was. Vraag met seinpatronen nog artillerievuur aan op bocht weg. We zijn omsingeld. De tegenstanders schreeuwen "Heraus, Heraus" en dwingen ons met hun groote handgranaten de handen op te steken. Met pistool in de rug worden we weg gevoerd. Ik vraag nog even terug te mogen, omdat ik de absolute zekerheid wil hebben dat Bruntink geheel dood is. Hij lag namenlijk op zijn knieën. Ik kan tegelijkertijd nog een jas van een van de jongens meepikken die blijkbaar in zijn overhemd vocht en mijn ransel. Het zal ongeveer half twaalf geweest zijn. We moeten gewonden uit het terrein wegdragen. Het bleek, dat we een compagnie S.S. tegenover ons hadden.
Door brandend Wageningen worden we naar de Wageningsche Berg gevoerd. Hier worden we gefouilleerd. Ik heb niets geen papieren meer. Ook steeds alle berichten systematisch vernietigd direct na ontvangst. Nog één stukje papier met de afstanden van onze steunpunten alhoewel niet meer van belang weet ik onder grind te moffelen. Van mijn twee andere groepen blijkt er nog één gewond te zijn en eenigen zoek die later terecht komen.
De Duitsche artillerie staat geweldig te vuren, ongeveer bij de hoek Diedenweg - Weg Wageningen - Arnhem (het oude evacuatieplan Wageningen ging tot Diedenweg, kon onze eigen artillerie zoover niet schieten?). Dat wil zeggen met de beperking dat ik de kanonnen niet gezien heb maar dit meen op te maken uit harde knal en het hooren van vuurcommando's.
Geweldig veel troepen en treinen van Duitschers op en voor de Wageningsche berg. Geen eigen vliegtuig in de lucht. De rust waarmee daar alles stond, wel goed tegen luchtwaarneming gecamoufleerd bewees, dat ze er van overtuigd waren dat er geen bewegelijke troepen in de buurt waren en vliegtuigen het hun niet lastig maakten. Als gevangenen werden we weggevoerd naar een gehucht achter Westervoort (Pals?) waar we 's nachts eenige uren in schuren konden liggen. De volgende dag werden we terug de rivier over gevoerd en in het afgebrande fort Westervoort opgesloten. 's Avonds werden we naar de Menno van Coehoorn kazerne in Arnhem gevoerd waar we konden slapen. De volgende dag naar Zevenaar om met de trein naar Soest (Westfalen) vervoerd te worden. Eenige dagen daarna werden we gevoerd naar een kamp gelegen te Weinsberg. Op 8 Juni gingen we naar Holland en kwamen 9 Juni in Zevenaar aan.

De Reserve 1e Luitenant
(get.) Garssen J.E.


= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


Voor Uw verslag, als antwoord op mijn brief No. 1540 betuig ik U mijn dank. Gaarne verneem ik nog antwoord op de volgende vragen:

  1. Hoe laat heeft U zich overgegeven? Volgens mijn gegevens zou dit te ongeveer 11.30 uur hebben plaats gehad.
  2. Heeft het stuk 6 Veld aan de Haarweg nog veel gevuurd en heeft U iets waargenomen bij het gevangen nemen der bediening?
  3. Heeft U iets waargenomen bij de gevechten bij andere sectien en zoo ja, wat?
  4. Hebben de beide groepen van Uw sectie, waarbij U zich bevond, zich op Uw last overgegeven?
  5. Is door U op Uw steunpunt een witte vlag geheeschen ten teeken van overgave en hebben Uw groepscommandanten hetzelfde gehandeld? Op Uw opstelling is een witte vlag waargenomen door den Commandant van het stuk 6 Veld.
    Aan den Bataljonscommandant is het verschijnen van witte vlaggen op al Uw opstellingen gemeld.

De Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.

Aan:
Reserve 1e Luitenant J.E. Garssen.


= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


3 Augustus 1941.


Weledel Hoog Gestrenge Heer,

In antwoord op Uw brief no. 1691 heb ik de eer U op Uw vragen het volgende mede te deelen:
Ad.a. Volgens mijn geheugen zou inderdaad het tijdstip ongeveer 11 uur 30 zijn geweest zooals ik ook in mijn verslag vermeldde.
Ad.b. Het stuk 6 veld heeft in het begin verscheidene keeren gevuurd. Zooals U in mijn verslag kunt lezen probeerde ik nog verband met hen te krijgen om aanwijzingen te geven voor vuur op rioolbuizenversperring hetgeen niet lukte. Over gevangenneming der manschappen heb ik niets waargenomen.
Ad.c. Geen gezichtsverband, alleen hooren vuren.
Ad.d. Ik heb mijn andere groepen geen last gegeven zich over te geven. Toen wij gevangen weg gevoerd werden kwam er van die groepen ook een gedeelte bij, vermoedelijk door moreel effect van onze gevangenname.
Ad.e. Door mij is geen witte vlag uitgestoken en daartoe geen bevel gegeven.

Hoogachtend,
De reserve 1e luitenant 8 R.I.
(get.) J.E. Garssen.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 419.92 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 994.09 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 3
(PDF, 428.96 KB)