Schrijven van korporaal D.A. de Korte aan Commissie Militaire Onderscheidingen

D.A. DE KORTE

EINDHOVEN, 13 April 1946.
TELEFOON 3087
HERMAN HEYERMANSLAAN 2

Mijne Heeren,

Uit mijn dagblad vernam ik de instelling van een Commissie, welke het vraagstuk der decoraties bezien zal, ten aanzien van de prestaties van de leden der land- en zeemacht, vanaf Mei 1940.
Het verleenen van eereteekenen ter onderscheiding voor onze dapperen is een verheugend feit. Met groote eerbied heeft ondergeteekende de nationale herdenking beleefd van de helden der Java-zeeslag. - Geheel afgezien hiervan is het voor mij een groote teleurstelling geweest te ervaren, hoe weinig aandacht is besteed aan de dapperen in Mei 1940 in Nederland, de soldaten die zonder eenige ervaring de eerste schok van den oorlog hebben meegemaakt. - Over dit onderwerp te schrijven wanneer men zelf toendertijd in dienst was, riekt echter licht naar zelfverheerlijking. Het feit echter dat ik namens onze anderen deze brief tot U wil richten - zonder dat zij mij hiertoe opdracht gaven - doet mij over mijn aanvankelijk bezwaar deze brief te schrijven heenstappen.
Zooals in de courant vermeld zal het een moeilijke taak voor de voornoemde Commissie zijn uit de wonderlijke situatie in de vijf oorlogdagen met een goed overzicht van de militaire prestaties voor den dag te komen.
Ter voorkoming, dat gebeurtenissen die Uw aandacht verdienen ontsnappen deel ik U daarom het volgende mede:
De 1ste compagnie, 1ste Bataljon van het 24e Regiment Infanterie (Regiment Jagers) waarbij ondergeteekende Korporaal was, vertrok middernacht 9-10 Mei 1940 vanuit Puiflijk naar de stellingen in Leeuwen. De volgende morgen naar Maurik en de daarop volgende dag naar de Grebbeberg. Onze compagnie kwam daar aan zonder officieren, kapitein noch luitenants.
Een piepjonge vaandrig Terpstra had de leiding tijdens onze marsch/fietstocht naar de Grebbeberg, waarbij we door brandend en verlaten Rhenen kwamen. Een artillerie-officier, vermoedelijk van het 8ste Regiment kwam ons (het geheele Bataljon) halen. Aan het begin van Rhenen kwam een onzer luitenants, die inmiddels ziek was geworden weer terug. Wij kregen aan de voet van de Grebbeberg munitie en de teruggekeerde luitenant Quaedvlieg las ons de legerorder voor: - wij waren bestemd voor een uitval op de Grebbeberg met de blanke bajonet, teneinde op de S.S. "Der Führer" Regiment veroverde grond terug te nemen. We zouden op de plaats moeten vallen en van terugkeer was geen sprake meer. We zijn gegaan. Sergeant Stockmann als onze sectiecommandant, ik als opvolger sectie-commandant aanvankelijk opvolger-groepscommandant. - Alleen van de mannen onzer groep (wij moesten tegen donker de Grebbeberg op, waar de groepen verspreid werden - ik was bij een mitrailleurgroep) weet ik hoe zij, zonder officiersleiding, zonder terreinkennis, zonder kennis van de verbindingsposten, zonder handgranaten, met de wissen dood voor oogen moedig naar de loopgraven van het 8ste Regiment zijn getrokken. De dapperen zelfs kregen hun kans niet door de volslagen wanorde in de leiding en de totale afwezigheid van eenige leiding. - Middernacht werd bevel tot den terugtocht gegeven. - We hebben en bloc geweigerd, de wanorde nog grooter te maken. We zaten vooraan en bleven vooraan. Onze sectiecommandant ligt nu onder de aarde van de Grebbeberg. Ook mijn vriend, korporaal Vermeer die bij me was, terwijl velen onzer gewond geraakten. Zelf kreeg ik een schot door de borst tijdens de overrompeling van de S.S. troepen, die tot de tanden gewapend en gesteund door artillerie, bommenwerpers en Jagers met handen vol handgranaten onder volledige officierenleiding zegevierden. - Uit die spannende tijd herinner ik mij de vastberadenheid onzer kameraden, die, naar ik later vernam elders zoek bleek te zijn geweest, hetgeen gezien de slechte leiding, nog niet te laken is. Van 24 R.I. rusten thans velen op de Grebbeberg, die hun Vaderland op de meest liefdevolle wijze hebben gediend. Eerst werden deze trouwen door Mussert bij zijn bezoeken aan de Grebbeberg, met modder besmeurd, doordat boven de kruizen van hun graven Musserts woorden klonken, die tot uiting brachten, dat alles een vergissing was geweest, dat hier vrienden met elkaar gevochten hadden. Daarna hoorden we over onze vele makkers, die daar eeuwig rusten na eerlijk en moedig de eerste bedreiging van ons land, van onze vrouwen en kinderen opvingen niet veel meer.
Sergeant-Jager Stockmann, vader van vijf kinderen, Sergeant van der Windt, vader van vijf kinderen, Korporaal Verberne, vader van vijf kinderen, onze makkers Barend Bruggink, Simon Kruijer, I.M. Levie, Sergeant Rurup, Marinus Schreurs [er is geen Schreurs van 24 R.I. gesneuveld, mogelijk een naamsverwarring met de op de Grebbeberg begraven gesneuvelde soldaat Mathias Theodor Jakobus Schreurs van 1-III-8 R.I. en de soldaat S.M. Schreurs die bij de 3e sectie van 2-I-24 R.I. was ingedeeld (en dus niet gesneuveld is)], Willem van der Kaaij, P. IJbema, Lieuwe Mook, Krikke, enz. Deze jongens vochten met ons practisch op eigen initiatief niet achteruit, maar vooruit. Wie zal hen gedenken, waar officieren meestal ontbraken?

Uit eerbied voor hen, zal ik een boek het licht doen zien, waarin zonder onnoodig af te breken en te schimpen op het leger - gezien de krankzinnige situatie en de gebrekkige bewapening (tegen iedere lichte mitrailleur stonden drie stukken Duitsche P.A.G. die als mitrailleurs werden gebezigd!) - een licht wordt geworpen, op de mannen van de Grebbeberg (Hulde aan Majoor Landzaat en zijn dapperen) de Jagers incluis, de soldaten, die ik heb zien vechten, zonder helm, de handgranaten terugwerpend, die de S.S. beschermd door een pantser van Hollandsche mannenlichamen, die naar de flanken werden gedreven en waarbij ik ook was, over onze hoofden slingerden. In het lazaret en in Neu Brandenburg schreef ik een dagboek, waaruit ik U tenslotte nog enkele passages citeer.
Moge op 10 Mei a.s. niet alleen de Grebbeberg, maar alle plaatsen op die wijze aandacht ontvangen, waarop de Nederlandsche strijders, die onder zulke levensgevaarlijke omstandigheden (door slechte bewapening) hun land hebben gediend.

Met vriendelijke groeten,
Uw dienaar,
D.A. de Korte.


= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Aan de Commissie voor uitreiking van eereteekenen aan onze dapperen.
------------

Uittreksel dagboek.

12.5.40.
Ik zit in de reserve compagnie, tweede sectie. Sergeant Stockmann is sectiecommandant - Ik ben groepscommandant van de eerste groep. Onze kapitein was weg - uitgevallen in Vianen - (van Weezel Errens). We hadden als compagniescommandant nu onze eenigste officier Luitenant Quaedvlieg. Verder was er nog Vaandrig Terpstra, die geen psycholoog was en in geenen deele eenige greep op de manschappen had.....
Zwijgend trokken we door brandend Rhenen, na onze instructies - vallen op de plaats - ontvangen hadden. In de hoofdstraat brandde het aan beide zijden. Vreemd, geen brandweermannen. Niemand ziet de noodzaak van blusschen blijkbaar in......
Bij de spoorbrug [het viaduct] kregen we ons eerste mitrailleursalvo reeds. Als steenen vielen we op de grond. De eerste les die de oorlog ons gaf, vliegensvlug dekken. Over de brug werd ons de richting aangeduid. Man voor man van onze sectie moesten over de brug, die onder vuur stond, links af. Uit allerlei richtingen suizden de kogels over ons heen.
.......
Plotseling wordt een onzer mannen geraakt. Een schot in de halswervel. Bloedend rent hij op mijn advies terug over de brug, die later zou worden opgeblazen. Het was mijn eerste verbindingsman.
.......
We gaan verder. Het is tegen den avond en onder het geboomte is het al bijna donker. We passeeren de eerste loopgraven en een stuk opgesteld PAG geschut. Niemand spreekt. Overal schoten. Het is nu pikdonker. De Grebbeberg is voor ons onbekend gebied. We struikelen over prikkeldraad, vallen over telefoondraden, enz. De zorg voor de verbinding met andere groepen wordt hier bijna onmogelijk gemaakt. We raken het verband dan ook kwijt. Midden in het Bosch op de Grebbeberg duikt plotseling een onbekende korporaal uit het duister op, die ons een gat in een prikkeldraad versperring wijst. Hij behoort tot het 8ste Regiment dat evenals het 16de zoo zwaar geleden heeft. Zoo goed mogelijk wijst hij ons de weg naar voren. Opvallend, allen gaan zonder schroom verder, de geweren in den aanslag. Even hierna bevinden we ons op den zandweg naast Ouwehands dierenpark. Iets verder staat de rest van een in brand geschoten stuk Nederlandsche PAG. Onze mitrailleurschutter Vos, heeft het stroopersvak in zijn vrijen tijd beoefend. En zijn scherpe ooren en oogen zijn voor onze kleine groep een waardevol bezit. Tusschen het schieten door hooren we de dieren in het dierenpark tekeergaan. Lugubere nacht. Nederland in levensgevaar. Na wat loopen hooren we onraad. Met mijn beste vriend Jaap Vermeer (hij liet zijn leven) loop ik voorzichtig naar voren en daar knalt het eerste schot uit de loop van onze geweren. Een onbeantwoord wachtwoord.
In het onderkomen van 8 R.I. treffen we vele infanteristen in doodelijk uitgeputte toestand aan. Ondanks alles was men hier rustig. Alhoewel zelf ook ongekend vermoeid en hongerig bekleed ik met een infanterist 8 R.I. de wacht aan den ingang van ons onderkomen. Het vuren in de boomen hielden we toen nog voor van in de boomen geklauterde moffen. Het was echter de tric-munitie der moffen, die onze mitrailleur-trommels leeg deden schieten. Hoe duidelijk voelt men nu hoe hier alles op alles staat.
Tijdens mijn wacht, buiten het onderkomen, begon het intensieve artillerie bombardement, waarvan den geheelen nacht de Grebbeberg trilde. Of ze wisten waar ze zijn moesten die moffen. Vrij dicht naast ons was een commandopost van het 8ste regiment. Tusschen de bedrijven door dacht ik aan huis, waar vannacht wellicht onze allereerste baby geboren zou worden, misschien tijdens een bombardement van het vliegveld.
Wat wisten we weinig meer uit het land achter ons. Langzamerhand kwamen gewonden binnen. Ook was makker Jager Alsemgeest erbij, die, inplaats van zijn gebruikelijk gekanker, in de oorlogsdagen toonde dat hij backbone had. Toen ik met hem in het struikgewas tusschen Amerongen en Rhenen op parachutisten patrouille was, had hij vooraf zijn portefeuille aan een vriend gegeven. Het was voorbarig. Maar wat wisten wij. Hij rekende op alles. Kordaat waagde hij zich in het onbekende avontuur. Hij had een granaatscherf in het been [volgens opgaaf Mutaties Gewonden 1940 No. 275 raakte dienstplichtig soldaat Wilhelmus Alsemgeest van 1-I-24 R.I. op 13 mei 1940 bij het gevecht bij Rhenen gewond aan het been door een geweerkogel].
Bij het krieken van den dag, toen het stil geworden was, de stilte voor den storm, kwamen de jagers, die 's nachts weer teruggetrokken waren, onder leiding van den bataljonscommandant aanzetten. Bajonet op het geweer. Wij allen maakten ons eveneens voor den aanval gereed. Tijdens een gesprek met onzen Bataljonscommandant kwam er de eerste ochtendgranaat aansuizen. Terwijl ik vlak tegen hem aan op den grond lag, zag ik velen onzer in flarden vliegen evenals enkele denneboomen. Direct hierna, kwam no. 2 en drie. Ons onderkomen stroomde nu vol met gewonden. En, nog voordat we onze aanval konden doen, schoten de moffen dwars door het stelling hout heen, waarna handgranaten volgden. Als blinden hebben we hier, zonder plan, zonder leiding ons moeten laten overdompelen.
Het was de grootste vernedering, die ooit een man ondergaan zal. Alle angst was ten deele onderdrukt. Onze wapens waren in onze handen. Met donker grijze gezichten van het kruitslijm, met uitgehongerde magen, met trillende knieen van de emotie en met hoopvolle gedachten kwamen we in die hopelooze situatie waarin zelfs menschen, die bereid waren voor hun land te sterven, zich bijna lafaards gevoelden, door de onmacht en het gebrek aan leiding hiertoe gesuggereerd. Wat hier door onze menschen is doorleefd en geofferd en gereed was voor het offer, daarvan mag de Hollandsche wereld die achter ons lag zeker op de hoogte gebracht worden. En ziehier, opgedragen aan mijn makkers zal ik hiervoor in boekvorm zorgdragen.


= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


Gesneuvelden 24 R.I.

W.J. Tummers (2-65),
sergeant H.J.M. Rurup (3-3),
korporaal A. van der Putten (3-26),
C. Nicolai (6-8),
P.C.A. Voormeeren (6-46),
1e luitenant F. Hoogewerff (3-6),
sergeant C.A. Casteleijn (3-9),
J. de Jong (3-13),
L. Mook (3-15),
W.A.I. van der Kaaij (3-16),
E. Zuidmeer (3-23),
S.P. Kruijer (3-31),
C. Posch (3-54),
S. van Wijngaarden (4-3),
H.W. Mirande (4-11) [naam foutief, in april 1941 geïdentificeerd als W.A. van Lith van 3-II-8 R.I.],
S. van Straten (4-14),
J.M. van Baekel (4-15),
H. Heck (4-16),
H.J. de Vries (4-32),
M.J. Frösch (4-34),
C.N.B. van der Vliet (4-36),
kapitein J.Chr. Buwalda (4-60),
P. IJbema (5-27),
B. Bruggink (5-34),
sergeant L.H. Kortekaas (5-47)

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 2.95 MB)