Johan Christiaan Meijer

Foto van het graf - klik voor een vergroting
Sergeant Capitulant
19e Compagnie Pag.
Johan Christiaan
Voornaam:
Meijer
Achternaam:
21 juli 1917
Geboortedatum:
Rheden
Geboorteplaats:
12 mei 1940
Overlijdensdatum:
Doorn (executie)
Locatie sneuvelen:
Dieren
Begraafplaats:
Nederlands Hervormd
Religie:


Bekijk de militaire rapporten van dit legeronderdeel


Notities

  • 19e Compagnie PAG (res kapt Labots) bestond uit twee secties met drie stukken ieder (organiek, drie secties met twee stukken elk). De 2e Sectie stond onder commando van de 1e lt Schouten en werd aan het vak van C-III-19.RI toegevoegd, onder wiens bevel men trad. De 1e Sectie onder de sergeant-capitulant Meijer was aan het vak onder C-II-8.RI toegewezen. De stukken van de 2e Sectie werden verdeeld over enkele posities in de stoplijn tussen de Laarsche Berg en de Cuneraweg nabij Achterberg. De twee zuidelijke stukken stonden onder direct bevel van de sgt capt Meijer. Daarvan was het rechterstuk opgesteld (SPO) in de stelling van 16.MC, naast de 1e sectie 3-II-8.RI. Het tweede stuk stond opgesteld links naast de 3e Sectie van 3-II-8.RI op circa 250 m afstand van het rechterstuk. De sgt Meijer was bij het rechterstuk aanwezig.
  • Op 11 mei, toen de voorpostenstrook door twee SS bataljons werd aangevallen, en de hoofdweerstand (sector van de frontlijn tot en met de stoplijn) onder storend artillerievuur lag, werd door de sergeant capitulant Meijer besloten terug te trekken. Naar verluid zou hij de directe omgeving van zijn positie hebben afgezocht naar een telefoonverbinding met C-II-8.RI (wiens CP ca. 150 m achter zijn positie lag) of een officier om zijn terugtochtwens mee te delen. Beide werden volgens de sergeant niet gevonden, hoewel op enkele tientallen meters een gehele sectie infanterie in stelling was en evenzo twee zware mitrailleurposities op enkele tientallen meters lagen. Toen het artillerievuur enige tijd geheel verstomde werd de PAG trekker gehaald, het stuk aangekoppeld, oostwaarts (richting frontlijn) gereden en vervolgens via de Cuneraweg noordwestwaarts, langs de stelling met het tweede stuk onder de sergeant zijn bevel, gereden. Zonder contact met zijn tweede stuksbemanning te zoeken of enig andere autoriteit onderweg aan te spreken, reed de sergeant - zelf op de motor - met zijn stuk en bemanning 40 km westwaarts, om tenslotte in Nieuwersluis in een café een kop koffie te nuttigen. Het gedrag van de groep viel een politieagent op, die de plaatselijke militaire autoriteiten waarschuwde. Daarop werd de hele groep gearresteerd en ter plaatse in bewaring genomen.
  • De commandant van het 2e Legerkorps, waaronder de 4e Divisie viel die de Grebbelinie bij de Grebbeberg en Achterberg verdedigde, was furieus geworden toen in de avond van 11 mei duidelijk werd dat de voorpostenstrook was gevallen en de oorzaak daarvan leek te liggen in lichtvaardige terugtrekking van grote verbanden verdedigers uit die voorpostensector. Daarop werd door de C-LK het initiatief genomen een krijgsraad te velde te benoemen die de 'ringleiders' van de vermoedde massadesertie zou moeten beoordelen. Er werd de staf verordonneerd om terzake belastende dossiers aan te dragen. De generaal Harberts was op zoek naar een voorbeeldstelling, om zijn troepen middels een dergelijke repressieve maatregel disciplinevast te krijgen. Twee prominente dossiers kwamen naar voren. Eén van de vaandrig Tack van MC-III-8.RI en het geval Meijer. Omdat het eerste dossier te zwak leek en het tweede geval juist overtuigend, werd van het dossier van sergeant Meijer een zaak gemaakt. De generaal was furieus te horen dat een sergeant-capitulant, een beroepsofficier voor bepaalde tijd dus, uit de stoplijn was teruggetrokken, en bovendien helemaal tot aan Nieuwersluis. Terugtrekken zonder bevel uit de stoplijn, die nota bene een nog ongeschonden frontlijn en tussenverdedigingslinie voor zich had, vond de generaal een knip en klare zaak van zuivere desertie. De net geinstalleerde krijgsraad kreeg bij overhandiging van het dossier te horen dat de doodstraf werd verwacht. Een voorbeeld diende te worden gesteld. Dat de heren de krijgsnoodzaak maar onder ogen wilden zien. De voorzitter van de krijgsraad reposteerde onmiddellijk dat de generaal buiten zijn gezag trad en dat de raad zijn instructie niet aanvaarden kon. Het zou de opmaat voor een schandaal worden dat vandaag de dag nog voor polemiek en - recent nog - Kamervragen zorgt. Toen de krijgsraad het dossier bestudeerde bleek echter wel hoe overtuigend het onderhavige geval kwalificeerde als desertie. Niet alleen had de sergeant zich aan ieder commando onttrokken zonder bevel en zonder enige dwingende aanleiding, hij had - en dat werd hem ernstig aangerekend - zijn tweede stuk volkomen oningelicht achtergelaten. Bovendien was hij onderweg op geen enkel moment tot bezinning gekomen en had zich niet, in de door hem doorkruiste sector achter de hoofdweerstand, die vol commandoposten van andere eenheden was, gemeld. Iedere post was eenvoudigweg gepaseerd. De krijgsraad kwam op 12 mei al snel tot het eenduidige vonnis dat van desertie in de hoogste gradatie sprake was en de doodstraf middels executie door een vuurpeloton de opgelegde straf zou worden. Bovendien, zo overwoog de generaal na ondertekening van het vonnis, diende het dezelfde dag te worden uitgevoerd, hoewel het militair strafrecht bepaalde dat 48 uur tussen vonnis en executie diende te zitten. De generaal overwoog dat de krijgsnoodzaak prevaleerde. Het front was gebaat bij een voorbeeldstelling. Sergeant Meijer diende dezelfde dag op de schietbaan te Doorn te worden geëxecuteerd. Zulks geschiedde. Hij mocht nog een brief aan zijn familie schrijven - waarin sgt Meijer aangaf zwaar gewond te zijn geraakt op de Grebbeberg en te zullen overlijden aan zijn verwondingen - en werd kort nadien overgebracht naar de schietbaan, waar het vonnis werd voltrokken. Zijn lichaam werd direct gekist en op de ABP te Doorn ter aarde besteld. De bekendmaking van de executie wegens desertie werd ingehaald door de gebeurtenissen aan de Grebbelinie bij Rhenen. Toen sgt Meijer rond 1500 uur (12 mei) werd geëxecuteerd, was inmiddels nieuws op het hoofdkwartier van C-II.LK gearriveerd dat de frontlijn bij de Grebbeberg was doorbroken door de Duitsers. Het zette een keten aan gebeurtenissen in gang, waarbij de generaal Harberts allerlei zaken moest laten prevaleren, zodat van een bedoelde brede bekendmaking van de executie niets kwam. Een zaak die door criticasters van de affaire naoorlogs eenvoudig was te misbruiken om de nutteloosheid van de executie te onderstrepen.
  • De executie bleef lange tijd na de oorlog slechts bekend in zeer kleine kring. Het was de bekende televisieserie over de oorlog van Lou de Jong die in 1970 de zaak voor het eerst over het voetlicht bracht. Grote consternatie leverde het op, met naast Kamervragen, mede tot gevolg dat de inmiddels hoogbejaarde gepensioneerde generaal Harberts zodanig bedreigd werd door bepaalde activisten, dat hij op zijn oude dag het land ontvluchten moest en in Engeland zijn heil zocht. Vooral het feit dat de generaal bij een televisie interview volharde in zijn toentertijd genomen besluit, werd hem euvel geduid. Kort nadien zou de generaal overlijden, maar de affaire speelt tot op de dag van vandaag in bepaalde kringen nog steeds. Een recent juridisch proefschrift, dat de zaak nog eens op zijn militairjuridische merites beschouwde en met curieuze theses omkleedde, leidde nog in 2010 tot Kamervragen over de zaak Meijer door de Socialistische Partij. Er werd de Minister van Defensie verzocht om postuum ereherstel voor de sergeant Meijer, welk verzoek werd afgewezen.

Beeldmateriaal

  • Klik hier voor een uitvergroting
    Klik hier voor een uitvergroting
    Klik hier voor een uitvergroting
    Klik hier voor een uitvergroting
  • Klik hier voor een uitvergroting
    Klik hier voor een uitvergroting
    Klik hier voor een uitvergroting
    Klik hier voor een uitvergroting

Opmerkingen

  • Hoe de Stichting de Greb tegen de kwestie Meijer aankijkt, wordt in de FAQ sectie van de website vermeld.

1805